Skip to main content

Kinderopvang

Dankzij collectieve voorzieningen kunnen vrouwen werken, studeren en zichzelf ontplooien. Kwaliteitsvolle, nabije en betaalbare kinderopvang is een belangrijke hefboom richting een (voltijdse) betaalde job. De huidige crisis in deze sector is dan ook een drama, niet alleen voor de kinderen en hun begeleiders, maar ook voor moeders.

Nu al is het gebrek aan (betaalbare) kinderopvangmogelijkheden een van de belangrijkste oorzaken van de loonkloof v/m. Onderzoek toont aan dat het inkomen van vrouwen de diepte induikt na de geboorte van het eerste kind, aangezien zorgtaken nog steeds vooral bij hen terechtkomen. In België werkt dan ook bijna de helft van de vrouwen met één kind deeltijds. Wanneer ze drie of meer kinderen hebben, loopt dit op naar 55 procent. Uit eigen onderzoek stelt ZIJkant hetzelfde vast: de loonkloof is een loopbaankloof, vooral dankzij de moederschapsstraf.

Hoe zit het met de kinderopvang in Vlaanderen?

Plaatstekort

Anno 2025 zijn er in Vlaanderen en Brussel zo’n 93.260 plaatsen voor baby’s en peuters. Dat is niet voldoende om aan de vraag te voldoen. En dat is belangrijk, want als ouders geen opvang hebben, kunnen ze niet werken of geen opleiding volgen. De ’toekomstgroep’ berekende dat er tegen 2034 zo’n 29.000 extra plaatsen nodig zullen zijn om 80 procent van de bevolking aan het werk te krijgen.

Te veel kinderen per begeleider

Vlaanderen hanteert een norm van maximum acht kinderen voor één begeleider en maximum negen kinderen per begeleider vanaf twee begeleiders. Daarmee heeft Vlaanderen een van de hoogste kind-begeleiderratio’s van Europa. In 2024 beslist de Vlaamse regering om het aantal kinderen per begeleider, de zogenaamde ‘kindratio‘, naar beneden te halen tegen 2027: maximaal vijf baby’s per begeleider, en één begeleider per acht peuters.

Elk kind heeft het recht op een kwaliteitsvolle en veilige kinderopvang. Dit zou wettelijk verankerd moeten zijn. Vlaanderen maakt beloftes om de kindnorm te verlagen bij baby’s en in te zetten op zij-instromers. Maar zonder stevige investeringen en ambitieuze maatregelen zijn dat druppels op een hete plaat.

Lage lonen

Door de ongelijke financiering van kinderopvanginitiatieven kunnen de loonverschillen voor kinderbegeleiders hoog oplopen afhankelijk van het type opvang waar ze werken. ZIJkant pleit ervoor om élke kinderbegeleider een eerlijk loon te geven.

Afgestudeerde kinderbegeleiders starten soms aan een brutoloon van 1500 euro. Hoe kan je een leven opbouwen met dit maandloon dat je krijgt voor een job die je met hart en ziel wil uitoefenen?

Slechts 3% mannelijke begeleiders

Uit cijfers van Kind en Gezin en VBJK blijkt dat slechts 3% van de kinderbegeleiders mannen zijn. Zorg, reproductieve arbeid en kinderopvang blijft in onze maatschappij nog steeds een rol die in (te) grote mate wordt opgenomen door vrouwen.

Onderzoek toont aan dat sectoren die gedomineerd worden door vrouwelijke werknemers, weinig aanzien krijgen en voornamelijk bestaan uit deeltijdse en laagbetaalde werknemers. De hoge werkdruk in de kinderopvang doet veel kinderbegeleiders afhaken.

Crisis in de kinderopvang

Er gaat al jaren te weinig geld naar de kinderopvang. In 2022 bereikt de crisis een hoogtepunt: er sterft een baby in een crèche. In de maanden erna komen er tal van andere wantoestanden in kinderopvanginitiatieven aan het licht.

Vanaf dit moment sluit ZIJkant zich aan bij de Feministen voor de kinderopvang (Vrouwenraad, Furia, Femma en Rebelle). Elke woensdag bezetten zij de banken van het Vlaams Parlement, samen met de ouders van het Crisiskabinet Kinderopvang.

Samen met de ouders en kindjes van het Crisiskabinet Kinderopvang pleiten we voor:

  • De verlaging van de kindratio naar vijf kinderen per opvoeder
  • Een herwaardering van de sector
  • De versterking van de opleiding en loopbaankansen voor kindbegeleiders
  • Meer kindvrije uren
  • Meer logistieke ondersteuning

Nieuwe voorrangsregels: enkel opvang voor voltijds werkenden

Eind 2023 volgt het nieuws dat de Vlaamse regering een middel heeft gevonden om de crisis te bezweren: de voorrangsregels worden aangescherpt. In een poging om de druk op de krakende sector te verlichten, wordt de schaarste verdeeld.

Enkel ouders die minstens viervijfde werken of een opleiding volgen, zullen met absolute voorrang hun kleinsten naar de kinderopvang kunnen brengen. Het gaat over het gezinsgemiddelde. Een kind van een koppel waarvan de ene partner voltijds werkt en de andere halftijds, krijgt geen voorrang meer in de crèche. Ook alleenstaande ouders die minder dan viervijfde werken krijgen geen voorrang.

Deze regel is discriminerend naar vrouwen toe: 41% van de werkende vrouwen is deeltijds aan de slag, net omdat ze de combinatie werk-gezin anders niet kunnen bolwerken of omdat ze in sectoren actief zijn waar hoofdzakelijk deeltijdse contracten worden aangeboden, zoals de zorg of de dienstenchequesector. Vrouwen maken bovendien ook de meerderheid uit van de langdurig zieken.

Voor deze mensen is kinderopvang net broodnodig: voor hun financiële autonomie, om aan het werk te kunnen blijven of om duurzaam werk te kunnen vinden. Net deze vrouwen worden nu naar de haard gekatapulteerd.

Daarnaast worden andere criteria als inkomen en gezinssituatie geschrapt als voorrangscategorieën. Er wordt, buiten het criterium van viervijfdewerk, enkel nog rekening gehouden met het hebben van broers en zussen in de opvang, en met pleegkinderen.

Het schrappen van de andere voorrangsregels ontzegt dus de facto de toegang tot kinderopvang voor de meest kwetsbare gezinnen. Bovendien wordt de keuze en verantwoordelijkheid voor het opvangen van deze kinderen doorgeschoven naar de opvanginitiatieven zelf. Op dit moment ondervinden kinderen in kansarmoede met een moeder van niet-Belgische herkomst de meeste drempels tot kinderopvang. Slechts 35,8% van hen maakt hier gebruik van. Voor hen zou de wijziging van de voorrangsregels de toegang enkel nog meer bemoeilijken.

De Feministen voor de kinderopvang organiseren protestacties en stakingen.

Onze eisen:

  • Het behoud van de huidige voorrangsregel.
  • De inzet op capaciteitsuitbouw. Schaarste moet opgelost worden met bijkomende plaatsen, niet met striktere toegangscriteria.
  • De aanwerving van de nodige 4.000 extra kindbegeleiders. En de verwezenlijking van de beloofde verbetering van hun loon en arbeidsomstandigheden.
  • Een graduele daling van een kind-begeleiderratio naar vijf. En dit voor de kindjes van alle leeftijdscategorieën.
  • Een verankering van kinderopvang als recht van élk kind. Investeer drie keer meer budget in kinderopvang naar Scandinavisch model. Indien we dat model willen verwezenlijken moeten er minstens 15.000 extra opvangplaatsen bijkomen.

De Vlaamse Sociaal-Economische Raad (SERV), de Raad van State, de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG), het Agentschap Opgroeien en het Kinderrechtencommissariaat geven stuk voor stuk een negatief (en vaak zelfs vernietigend) advies bij het ontwerp van regelgeving.

Op 1 april 2024 worden de nieuwe regels ingevoerd.

De kinderopvangzaak

ZIJkant start samen met 19 andere organisaties een juridische procedure. De Kinderopvangzaak vecht de discriminerende voorrangsregels aan. Op 13 mei 2024 dienen de advocaten van het Progress Lawyers Network een verzoekschrift van 250 pagina’s in bij het Grondwettelijk Hof.

Daarop mag de Vlaamse Regering antwoorden (via een Memorie van antwoord), waarna onze coalitie opnieuw mag reageren. Op woensdag 26 maart 2025 organiseert het Hof een zitting om de pleidooien van de advocaten te horen. De zaal is tot de nok gevuld met ondersteuners van de Kinderopvangzaak van alle leeftijden.

Op 30 april valt het langverwachte arrest van het Grondwettelijk Hof. We winnen de Kinderopvangzaak over de volledige lijn: de voorrangsregels zijn discriminerend en worden vernietigd!

Een uitspraak van het Grondwettelijk Hof is definitief. Een vernietiging wil zeggen dat de regels afgeschaft worden. Maar er is wel een addertje onder het gras. Na een vernietiging, kan de regering ervoor kiezen om de regelgeving opnieuw in te voeren met kleine aanpassingen. Een luide publieke tegenstand verhoogt de kans dat er op lange termijn geen gelijkaardige voorrangsregels meer komen.