Skip to main content

Wat zegt de realiteit?

De pariteit op de lijsten die de wet vereist, wordt allerminst weerspiegeld in de samenstelling van de politieke organen. Aan de hand van het gegevensrapport van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen maakte ZIJkant een diepgaande analyse van de vertegenwoordiging van vrouwen op alle politieke niveaus volgens de situatie in februari 2025.

Over het algemeen geldt: hoe hoger het machtsniveau, hoe minder vrouwen.

Op 13 oktober 2024 werd er voor het eerst gestemd zonder opkomstplicht voor de gemeente- en provincieraden. Dat leidde tot minder kiezers: 63,5% van de kiesgerechtigden bracht een stem uit voor de gemeenteraden en de provincieraden, tegenover 92,6% in 2018, toen er nog opkomstplicht was.

De stijging van het aantal verkozen vrouwen zet zich niettemin door. Op lokaal niveau kwamen we na de verkiezingen van 2025 aan 41% vrouwen (inclusief voorzitters) in de Vlaamse gemeenteraden. Voor de provincieraden was de stijging nog groter: van 42,3% naar 48,6%. Concreet betekent dit dat er nu 3007 vrouwen en 4212 mannen in gemeenteraden zitten, terwijl dit in 2018 nog 2840 vrouwen en 4558 mannen waren. Voor de provincieraden zijn er in 2024 85 vrouwen en 90 mannen verkozen.

In Vlaams-Brabant werden het meeste vrouwen verkozen in de gemeenteraad: 45%. In Oost-Vlaanderen het minst, daar is 60% van de verkozenen een man. Slechts 25% van de lijsten werd bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen overigens aangevoerd door een vrouw.

In het schepencollege zijn vrouwen nog steeds in de minderheid. Zo zijn vier op de tien Vlaamse schepenen vrouw. Hoewel de kandidatenlijsten zelf op één na even veel mannen als vrouwen moeten tellen, bleef ook bij de verkiezingen van 13 oktober 2024 de meest zichtbare plek grotendeels voor mannen voorbehouden. Zo blijft het lijsttrekkerschap een mannenbastion.

Op het hoogste gemeentelijke niveau zijn vrouwen nog afweziger. Minder dan één op de vijf burgemeesters (inclusief waarnemende burgemeesters) is een vrouw. De ondervertegenwoordiging van vrouwen in de uitvoerende functies is ook duidelijk op provincieniveau. Terwijl de provincieraden nog 48% vrouwen tellen en de stadsdistrictraden net geen 50%, blijven mannen oververtegenwoordigd als gedeputeerden.

Cijfers lokaal niveau

Gemeenteraden (Vlaanderen)
41% vrouwen
3007 vrouwen / 4212 mannen

Provincieraden
48,6% vrouwen
85 vrouwen / 90 mannen

Schepencollege (Vlaanderen)
40% vrouwen

Burgemeesters
Minder dan 20% vrouwen

Lijsttrekkers gemeenteraadsverkiezingen
25% vrouwen

De deelstaatregeringen doen het deze keer beter. De Waalse regering kent voor de eerste keer een v/m-evenwicht (50%), net zoals de Brusselse regering (50%). De Vlaamse regering heeft voor het eerst meer vrouwelijke ministers dan mannen (67%). Anno 2025 verdient dit geen applaus en blijft de vraag zich stellen hoe dit in een land als België (dat al bijna twee eeuwen bestaat) zo traag is kunnen verlopen (hier kom je meer over te weten in onze Stem Vrouw-vorming). Deze verdeling trekt zich bovendien niet door naar de parlementen, daar enkel het Brusselse halfrond een gelijke verdeling. Ook in de Duitstalige regering is er geen gelijkheid. Daar is slechts één van de vier ministers vrouw.

De vrouwelijke vertegenwoordiging in het Europees Parlement blijft stabiel tegenover de vorige resultaten. Hier blijven we steken op 40,9%, goed voor 9 van de 22 zetels. Wél opvallend is dat Sophie Wilmès veruit de populairste politica is met 543.821 stemmen.

In élke Belgische regering blijft nog steeds een man op de eerste ministerpost zetelen en vallen de belangrijkste beleidsdomeinen zoals bijvoorbeeld economie, financiën en begroting in de handen van mannelijke ministers. Ook opvallend: in Brussel mag er dan wel een gelijke verdeling v/m zijn, toch bekleden de vrouwen in de regering een staatssecretarispost en geen ministerpost. In de Brusselse Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is slechts één van de vijf bevoegde ministers vrouwelijk. De Vlaamse Gemeenschapscommissie heeft dan weer twee vrouwen en één man in het College. Voorlopig was er echter slechts één vrouwelijke premier in België, die moest invallen tijdens een crisismoment. Het glazen plafond én de glazen afgrond zijn reëel.