Skip to main content

Waarom de begroting (ook) een feministische kwestie is 

De Vlaamse regering kondigt de grootste besparingsoperatie uit haar geschiedenis aan: bijna 2 miljard euro in 2027, oplopend tot ongeveer 3 miljard euro tegen 2029. Dienstencheques worden  duurder, er wordt ingegrepen in het Groeipakket en de geboortepremie, de registratierechten stijgen, er wordt 25 miljoen euro bespaard op de huisartsen, lokale besturen krijgen minder financiële groeiruimte en honderden miljoenen euro’s aan subsidies verdwijnen, waaronder 47 miljoen euro in de cultuursector.

Als vrouwenorganisaties maken we ons grote zorgen. Want achter die cijfers zitten politieke keuzes, en die keuzes hebben concrete gevolgen. Opnieuw worden jonge gezinnen, vrouwen en mensen die vandaag al weinig financiële ruimte hebben geraakt.

De rekening wordt opnieuw doorgeschoven naar dezelfde mensen, terwijl de vraag wie méér kan bijdragen veel te weinig wordt gesteld.

Als ondersteuning verdwijnt, verdwijnt zorg niet

Het wordt steeds duidelijker wat de maatregelen concreet betekenen. Zo verdwijnt de kinderopvangtoeslag voor kinderen die naar een opvang gaan waar de prijs niet inkomensgerelateerd is. Vandaag bedraagt die toeslag 3,78 euro per volledige opvangdag. Voor een gezin dat twaalf dagen per maand opvang gebruikt, betekent dat ruim 45 euro minder ondersteuning per maand.

Een begrotingsmaatregel komt niet terecht bij een fictief “gemiddeld gezin”. Ze komt terecht bij een alleenstaande ouder die werk en zorg combineert. Bij een gezin dat kinderopvang nodig heeft om te kunnen werken. Bij iemand die huishoudhulp inschakelt omdat werk, zorg en huishouden anders niet gecombineerd raken. Bij een huishoudhulp die deeltijds werkt omdat anders werk, zorg en huishouden niet te combineren is. Bij mensen die een huisarts nodig hebben en vandaag al moeilijk een praktijk vinden die nieuwe patiënten aanneemt.

Dat gebeurt bovendien op een moment waarop het leven voor veel mensen duurder is geworden en de federale regering verwacht dat mensen langer en flexibeler werken. Net dan maakt Vlaanderen de ondersteuning om werk, gezin en zorg te combineren duurder of kleiner.

Meer werken enerzijds en minder ondersteuning voor zorg anderzijds: iemand betaalt die tegenstelling.

Daarom is deze begroting een feministische kwestie

Zorg, opvoeding, betaald werk, onbetaald werk en financiële draagkracht zijn nog steeds niet gelijk verdeeld. Vooral vrouwen dragen een groot deel van de zorg en ondersteuning waarop onze samenleving steunt. Die ongelijkheid weegt nog zwaarder voor vrouwen met een migratieachtergrond en vrouwen met een kortere scholing.

Daarom zijn betaalbare kinderopvang, huishoudelijke ondersteuning en toegankelijke gezondheidszorg geen luxe of randbeleid. Voor vrouwen zijn het essentiële voorwaarden om te kunnen werken, financieel onafhankelijk te zijn, gezond te blijven én zorg op te nemen.

Wie daarin snoeit, moet dus verder kijken dan de onmiddellijke opbrengst op de begroting.

De vraag is dus waar de rekening daarna terechtkomt.  In euro’s, maar evengoed in tijd, gezondheid, onbetaalde zorg en kansen om betaald te werken. En die rekening komt vandaag nog te vaak bij vrouwen terecht, in het bijzonder bij vrouwen met weinig financiële of sociale marge.

Wie het minste ruimte heeft, kan niet telkens degene zijn van wie de meeste rek wordt verwacht.

Besparen is een politieke keuze

Te vaak wordt het begrotingsdebat voorgesteld alsof er uiteindelijk maar één mogelijke weg is: er is te weinig geld, dus moeten we besparen op de uitgaven.

Maar een begroting heeft twee kanten. De vraag is niet alleen waarop we besparen, maar ook waar we middelen halen, wie we laten bijdragen en welke uitgaven en fiscale voordelen we wél beschermen. Denk aan de miljoenensteun voor regionale luchthavens of familiale bedrijven die onder voorwaarden zonder schenkbelasting kunnen worden doorgegeven. Denk ook aan de miljarden voor militarisering, in naam van veiligheid, terwijl tegelijk wordt afgebouwd wat het dagelijkse leven van mensen veilig en leefbaar maakt: toegankelijke zorg, ondersteuning, gezondheid en bestaanszekerheid. Denk aan de grote vermogens die hun rijkdom jaar na jaar zien toenemen en aan de vele fiscale achterpoortjes die grote bedrijven ten goede komen.

Elke budgettaire keuze weerspiegelt een politieke visie.

Economen Paul De Grauwe en Michel Gevers wezen daar recent opnieuw op. Zij plaatsen vraagtekens bij een begrotingsdebat dat vooral focust op de uitgavenzijde en wijzen ook naar de evolutie van de overheidsinkomsten en het fiscale beleid. Hun analyse gaat over de federale begroting en is dus niet één op één toe te passen op Vlaanderen. Maar de fundamentele vraag is ook hier relevant: kijken we wel naar beide kanten van de rekening?

Schuif de rekening niet door

We vragen de Vlaamse regering om de genomen begrotingsmaatregelen alsnog te toetsen aan zorg als leidend principe.

Breng in kaart wat de keuzes betekenen voor de mogelijkheid van mensen om zorg te geven en te ontvangen. Onderzoek wat ze doen met de verdeling van betaalde en onbetaalde zorg en met de financiële en praktische draagkracht van gezinnen. En stuur bij waar maatregelen de zorg onder druk zetten of bestaande ongelijkheden vergroten.

Maar we moeten verder gaan dan een ‘toets’ achteraf.

Bij toekomstige beleidskeuzes moet zorg vanaf het begin mee aan tafel zitten. Niet pas achteraf de sociale en genderimpact meten, maar vooraf vragen:

Wat betekent deze maatregel voor zorg? Wie zal die zorg opnemen? Wie krijgt daarvoor minder tijd of inkomen? En bij wie komen de kosten uiteindelijk terecht?

Dat zijn geen vragen in de marge van het begrotingsdebat. Ze raken aan de kern van wat een rechtvaardige begroting hoort te zijn.

Er is wél een andere koers mogelijk

Een zorgzame samenleving vertrekt niet van de vraag hoeveel mensen nog zelf kunnen opvangen. Ze vraagt welke voorwaarden nodig zijn zodat iedereen kan zorgen, zorg kan ontvangen, financieel onafhankelijk kan zijn en volwaardig kan deelnemen aan de samenleving.

Dat vraagt publieke investeringen, herverdeling en solidariteit. Precies omdat de kosten van zorg vandaag nog te vaak terechtkomen bij wie ze thuis, onbetaald en met de minste financiële ruimte opvangt.

Op 9 oktober trekken we daarom mee de straat op tegen de asociale besparingen van zowel de federale als de Vlaamse regering. Omdat de sociale én de genderimpact van deze keuzes niet langer buiten beeld mag blijven.

Want een begroting in evenwicht is geen succes als ze gezinnen, vrouwen en mensen die zorg nodig hebben verder uit evenwicht duwt.

Dit stuk kwam via co-creatie tot stand en wordt onderschreven door:

ZIJkant, Ella, Furia, Rebelle, Femma, ACV Gender, Vrouwenraad, Zelle, Vlaams ABVV en Collecti.e.f 8 Maars