Skip to main content
Nieuws

Baanbrekers: Generaal-Majoor De Potter

By 22 mei, 2025maart 25th, 2026No Comments

Antiono Ponte via Flickr

In Baanbrekers brengen we portretten van professionals die met hun beroepskeuze buiten de lijntjes kleuren. Een brandweervrouw, een vroedman, een mannelijke kinderbegeleider, een vrouwelijke generaal-majoor: het blijven uitzonderingen, maar waarom eigenlijk? Van jongs af aan worden kinderen geconfronteerd met stereotiepe ideeën over welke beroepen ‘passen’ bij mannen en vrouwen en hoe ze zich moeten gedragen. Deze aangeleerde normen, vaak onbewust overgedragen, liggen aan de basis van latere beroepskeuzes. Het resultaat? Een onevenredige verdeling van genders in bepaalde sectoren en veel onbenut talent. Dit leidt tot een beperkte beeldvorming van wat mannen en vrouwen kunnen bereiken en perkt individuele ambities in. Met deze reeks tonen we hoe het ook anders kan. De verhalen van deze baanbrekers inspireren en zetten aan tot nadenken: wat als we beroepskeuzes niet langer laten bepalen door (gender)normen, maar door wat écht bij iemand past?

Vrouwen in Defensie

We gaan in gesprek met generaal-majoor An-Roos De Potter, commandant van de Koninklijke Militaire School (KMS) en ook de allereerste Commandant der Scholen. Dat houdt in dat ze naast de KMS ook leiding geeft over zeven andere scholen. Haar rol is van cruciaal belang voor het klaarstomen van leerlingen als militair én als mens. In dit interview gaan we dieper in op haar ervaringen als vrouw in een traditioneel mannelijke omgeving.


Mijn keuze voor Defensie

“Mijn vader moedigde me destijds aan om burgerlijk ingenieur te worden, maar die studierichting voelde voor mij te eng. Toevallig ontdekte ik de Koninklijke Militaire School, waar ik de richting Polytechniek kon volgen. Deze opleiding is inhoudelijk equivalent aan de opleiding tot burgerlijk ingenieur, maar omvat ook militaire, sportieve en karaktervormende aspecten. Na enkele bezoeken aan de KMS besloot ik mijn kandidatuur in te dienen, ook al had ik geen vrouwelijke voorbeelden of familieleden binnen Defensie.

Mijn ouders waren trots op mijn studiekeuze, al had mijn moeder ook haar bedenkingen. Ze maakte zich zorgen omdat ik terechtkwam in een uitgesproken mannenomgeving, een milieu dat haar volledig vreemd was. Haar ongerustheid werd versterkt doordat ik op internaat zat: doordeweeks zagen we elkaar niet en er bestond toen nog geen mobiele telefoon om gemakkelijk contact te houden. Daardoor kon ik haar niet snel geruststellen. Toen ik na een militair kamp thuiskwam met modderige kleren en schrammen op mijn benen, schrok ze wel even. Naarmate mijn goede studieresultaten binnen stroomden, begon ze gelukkig te beseffen dat ik echt op mijn plaats zat en verdwenen haar zorgen beetje bij beetje.”

Op mijn plek

“Tijdens mijn middelbare schooltijd werd Defensie vaak voorgesteld als een uitgesproken mannelijke keuze. Mijn eigen school keek dan ook met weinig enthousiasme naar het feit dat een vrouwelijke leerling, namelijk ik, voor een studie bij Defensie koos. Zelf had ik nog geen vrouwelijke voorbeelden binnen Defensie gezien, dus ik was me ervan bewust dat ik als vrouw in de minderheid zou zijn. De eerste vrouwen werden pas in 1978 toegelaten tot de Koninklijke Militaire School, en ik begon er in 1988. Er zat bovendien een lange periode tussen de vorige vrouw die Polytechniek had gestudeerd en mijn intrede. In mijn jaar startten we met twee vrouwen.

Tijdens mijn studiejaren raakte ik goed geïntegreerd. Dat had zowel te maken met mijn karakter als met het feit dat ik een goede student was, wat me een sterke positie gaf binnen de groep. Medestudenten deden geregeld een beroep op mij voor de oplossing van oefeningen of het delen van samenvattingen. Ik voelde me ook aangesproken door de inhoud van de opleiding. Het lesmateriaal was in mijn ogen noch mannelijk noch vrouwelijk, maar neutrale, wetenschappelijke materie. Over het algemeen verliepen mijn studies vlot, al waren er hier en daar wat pesterijen. Wat nu via sociale media gebeurt – studenten die iets over elkaar doorsturen – gebeurde toen via briefjes. Iemand uit mijn omgeving schreef verhalen over zowat iedereen, dus af en toe ook over mij. Gelukkig had ik mannelijke collega’s die inzagen dat dit niet door de beugel kon en het initiatief namen om dit te stoppen. Daardoor heb ik er nooit echt onder geleden.

Hoewel ik goed geïntegreerd was, vertelden mijn ouders me later dat mijn karakter in het begin van mijn studiejaren wat veranderde. Ik werd harder en beet sneller van me af, ook thuis. Zelf was ik me daar niet van bewust, maar achteraf besefte ik dat het klopte. Ik had me aangepast aan het overwegend mannelijke milieu om erbij te horen en zo min mogelijk op te vallen. Toch heb ik dat nooit als een belemmering ervaren; het was eerder een manier om mijn plek te vinden. Na verloop van tijd reguleerde zich dat weer. Hoe verder je raakt, hoe meer je een reputatie opbouwt en hoe minder het nodig is om een andere houding aan te nemen.”

Tussen pannes en mensenkennis

“Mijn eerste functie was bij het niet-gepland onderhoud van vliegtuigen, met andere woorden: het oplossen van technische pannes. In die dienst werkten uitsluitend verstandige onderofficieren die de systemen door en door moesten kennen. Veel van hen hadden het opleidingsniveau van een professionele bachelor, wat vroeg om een andere manier van leidinggeven dan in andere onderdelen van Defensie. Ik was daar de eerste vrouwelijke officier en dus ook hun eerste vrouwelijke leidinggevende. In het begin hadden ze een beetje schrik van mij, maar ik heb nooit negatieve reacties gekregen. Zelfs toen ik enkele veranderingen doorvoerde waar ze aanvankelijk niet blij mee waren, bleef de samenwerking respectvol en constructief.

Ook tijdens buitenlandse opdrachten kon ik altijd rekenen op hun volledige medewerking. Ik heb hen steeds met respect benaderd en dat werd beantwoord met een collegiale sfeer. Dat het goed zat, blijkt ook uit het feit dat sommige van mijn eerste technici me vandaag nog uitnodigen voor hun evenementen. Ik geloof dat vrouwen bijdragen aan meer nuance en minder polarisatie, zeker in situaties van leiderschap of deelname aan directieraden. Zelf voel ik mensen doorgaans goed aan, wat me zeker heeft geholpen in mijn rol als leidinggevende. Diezelfde kwaliteiten herken ik ook bij meerdere vrouwelijke collega’s.”

Van uniforme lonen tot aanpassing van de gevechtskledij

“Defensie heeft de voorbije decennia een positieve evolutie doorgemaakt op het vlak van inclusie van vrouwen. Zo ontvangen mannen en vrouwen exact hetzelfde loon, aangezien iedereen binnen dezelfde weddeschaal valt; iets wat lang niet in alle sectoren vanzelfsprekend is. Ook in de communicatie en publiciteit is er veel aandacht voor vrouwen. Dit jaar wordt dat extra in de verf gezet naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van vrouwen binnen Defensie. Soms merk ik zelfs dat ik de omgekeerde boodschap moet benadrukken: dat er ook voldoende mannen in de campagnes moeten zijn. Ik pleit voor evenwicht en representatie in beide richtingen.

Er zijn doorheen de jaren ook concrete aanpassingen gebeurd op maat van vrouwen. Een goed voorbeeld is de gevechtskledij: vandaag is er voor elke maat zowel een dames- als herenmodel. Op die manier is de werkomgeving en -uitrusting vrouwvriendelijker gemaakt. Daarnaast zijn er verschillende kinderopvangvoorzieningen opgericht. Die maatregel komt uiteraard alle ouders ten goede, maar kan voor vrouwen een belangrijke overweging zijn bij hun loopbaankeuze. Ik heb algemeen het gevoel dat Defensie al veel inspanningen geleverd heeft op vlak van gendergelijkheid. Voor mij hoeft er fundamenteel niets te veranderen.

De aanwezigheid van vrouwen binnen Defensie is vandaag ook veel hoger dan vroeger. In totaal maken vrouwen nu zo’n twaalf procent van Defensie uit. Binnen de Koninklijke Militaire School zijn vrouwen vertegenwoordigd in alle categorieën: van het professorenkorps en de repetitoren tot de assistenten en het ondersteunend personeel. Ik ben hier dus zeker niet alleen; al helemaal niet in vergelijking met hoe ik het gewend ben. Wat betreft onderzoekersprofielen zie ik dat veel vrouwelijke collega’s actief zijn in de gedragswetenschappen, iets minder in de exacte wetenschappen. Die verdeling sluit nauw aan bij de tendensen die we ook aan andere universiteiten zien.”

Mijn boodschap voor toekomstige vrouwen bij Defensie

“Binnen Defensie zijn er talloze carrièremogelijkheden, van medische planner en weersvoorspeller tot functies binnen de logistiek. Je kunt kiezen voor een leidinggevende rol of juist een meer technische functie, afhankelijk van waar jouw interesses en talenten liggen. Het aanbod is zo divers dat er voor vrijwel iedereen wel een passende functie te vinden is. Veel van deze mogelijkheden zijn uitermate geschikt voor vrouwen mits je een avontuurlijke instelling hebt en Defensie genegen bent. Mijn belangrijkste boodschap, die ik eveneens aan mijn leerlingen meegeef, is dan ook: kies een richting die echt past bij jouw persoonlijkheid en competenties.”