
Mart Production via Pexels
In Baanbrekers brengen we portretten van professionals die met hun beroepskeuze buiten de lijntjes kleuren. Een brandweervrouw, een vroedman, een mannelijke kinderbegeleider, een vrouwelijke generaal-majoor: het blijven uitzonderingen, maar waarom eigenlijk? Van jongs af aan worden kinderen geconfronteerd met stereotiepe ideeën over welke beroepen ‘passen’ bij mannen en vrouwen en hoe ze zich moeten gedragen. Deze aangeleerde normen, vaak onbewust overgedragen, liggen aan de basis van latere beroepskeuzes. Het resultaat? Een onevenredige verdeling van genders in bepaalde sectoren en veel onbenut talent. Dit leidt tot een beperkte beeldvorming van wat mannen en vrouwen kunnen bereiken en perkt individuele ambities in. Met deze reeks tonen we hoe het ook anders kan. De verhalen van deze baanbrekers inspireren en zetten aan tot nadenken: wat als we beroepskeuzes niet langer laten bepalen door (gender)normen, maar door wat écht bij iemand past?
Mannen in de vroedkunde
Jeroen is één van de 1 procent mannelijke vroedvrouwen in ons land. Hij noemt zichzelf geen ‘vroedman’, maar ‘vroedvrouw’, omdat dit de officiële term is. Jeroen vindt dit een mooie benaming en is van mening dat deze niet aangepast hoeft te worden. Hij werkt zowel in een ziekenhuis als in een eerstelijnspraktijk in Gent. In dit interview vertelt hij over zijn ervaringen als man in de vroedkunde.
Groot gezin

“Een zorgberoep heeft me altijd al aangetrokken, al twijfelde ik lang tussen vroed- en verpleegkunde. Mijn ouders vonden vroedkunde goed bij mij passen en waren belangrijke steunfiguren bij mijn uiteindelijke keuze. Ik kom uit een groot gezin, waar zwangerschap en geboorte een centrale rol speelden. Als kind kreeg ik zelfs de kans om in het UZ Gent aanwezig te zijn bij de bevalling van mijn broer en zussen. Die ervaring gaf me een duidelijk beeld van het beroep van vroedvrouw. Jaren later, toen ik op zoek ging naar een zinvolle beroepskeuze, besefte ik dat vroedkunde precies was wat ik zocht. Mijn omgeving reageerde hier heel positief op, al werd ik ook gewezen op de grote verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid die het beroep met zich mee brengt.”
3 mannen en 127 vrouwen
“Toen ik ervoor koos om vroedvrouw te worden, was ik me er al van bewust dat ik als man in de minderheid zou zijn. Ik volgde de opleiding vroedkunde aan de Arteveldehogeschool, samen met twee andere mannen – wat toen al uitzonderlijk veel was – en ongeveer 127 vrouwen. Ik vond de opleiding verrijkend maar ook pittig: we hadden een vol lesrooster, van 8 uur tot 18 uur, met een combinatie van theorie en praktijk. Vanaf het eerste jaar draaiden we al mee in dag- en nachtshiften tijdens de stages in het ziekenhuis.”
“De opleiding was toen echter nog niet aangepast aan mannelijke studenten: het lesmateriaal was duidelijk gericht naar vrouwen. Ook docenten en ziekenhuizen waren niet gewend om met een mannelijke student samen te werken. Toch kreeg ik overwegend positieve reacties en voelde ik me goed begeleid, zowel op school als tijdens mijn stages. Daarnaast zag ik tijdens mijn schooljaren voorbeelden van twee mannelijke vroedvrouwen in UZ Gent en Sint-Lukas Gent, Hun aanwezigheid gaf me kracht, en tot op de dag van vandaag maak ik graag een praatje met hen wanneer ik hen tegenkom.”
De afgelopen jaren heeft de Arteveldehogeschool een positieve evolutie doorgemaakt. Het lesmateriaal is inmiddels genderneutraler geworden. Zo wordt er niet langer gesproken over ‘de papa’, maar over ‘de partner’, omdat dit ook een vrouw of een non-binair persoon kan zijn. Het klassieke man-vrouwverhaal is minder dominant en er is steeds meer aandacht voor diversiteit, mede onder invloed van de bredere maatschappelijke aandacht hiervoor. Maar tegelijk worden op posters en de website van de opleiding vrijwel uitsluitend vrouwelijke studenten en vroedvrouwen afgebeeld.”
Meer zichtbaar
“Voor mannen blijft het een uitdaging om voor vroedkunde te kiezen. Dat komt deels doordat veel 18-jarige jongens zich niet direct thuis voelen in deze leefwereld en thematiek, terwijl vrouwen op die leeftijd misschien al meer affiniteit hebben met baby’s (al omvat het beroep natuurlijk meer dan dat). Daarnaast speelt de culturele rolverwachting volgens mij een grote rol, waarbij vroedkunde traditioneel als een vrouwelijke richting wordt gezien.”
“Om dit te veranderen, is sensibilisering belangrijk. Mannelijke vroedvrouwen moeten meer zichtbaar worden, zodat de drempel lager wordt voor toekomstige studenten. Beleidsmatig ingrijpen, bijvoorbeeld met quota, lijkt me lastig, omdat motivatie uiteindelijk de belangrijkste factor is.”
Mijn plaats in een vrouwelijk team

“Zowel hier in het ziekenhuis als in de praktijk waar ik werk, ben ik de enige man. Dat zorgt voor een andere dynamiek en andere gesprekken. Ook in de communicatiegroep op Facebook valt het op dat berichten regelmatig worden gestart met enkel ‘Dag dames’, al zijn sommige collega’s zich daar wel van bewust en sturen zij ‘Dag dames en heren’.”
“Daarnaast ben ik gay, waardoor ik een totaal andere leefwereld heb. Toch vind ik over het algemeen wel mijn plaats binnen deze grote groep vrouwen. Binnen het team wordt er altijd respectvol omgegaan met het feit dat ik een man ben. Af en toe wordt er lachend een opmerking gemaakt, maar dat gebeurt altijd met respect.”
Oei, een man aan mijn bed!
“Ook van de patiënten krijg ik meestal erg positieve reacties; velen vinden het fijn dat er eens een mannelijke hulpverlener aan hun bed staat. Toch voel ik dat sommige mensen vooroordelen hebben, ik ben nu eenmaal een man met tatoeages en piercings. Bovendien zal ik als man nooit zelf ervaren hoe het is om te bevallen, waardoor sommige mensen twijfelen of ik echt begrijp wat zij doormaken. Sommigen willen ook peilen of ik weet hoe het voelt om ouder te worden en vragen of ik zelf kinderen heb. Ik moet dus wel extra bewijzen dat ik als man over de nodige vaardigheden beschik. Een koppel reageerde wel eens met de uitspraak ‘Ik dacht dat dit een vrouwvriendelijk ziekenhuis was?’. Sommige patiënten geven ook eerlijk toe dat ze in eerste instantie dachten: ’Oei, een man aan mijn bed’, of ze vertellen dat ze aan me moesten wennen.”
“Sommigen zeggen dat ik zachter ben in de omgang dan mijn vrouwelijke collega’s. Daar let ik ook op, omdat ik als man net iets meegaander moet zijn om het vertrouwen van het koppel te winnen. Dat voelt niet als een rol die ik moet spelen, ik ben gewoon mezelf en die aanpak wordt gelukkig gewaardeerd.”

“Intussen kijken weinig mensen nog raar op. Ik werk al vijftien jaar in de eerstelijnszorg in Gent, dus de meesten kennen me inmiddels. In deze stad werk ik in sociale buurten met veel diversiteit, verschillende culturen en armoede. Dat brengt de voortdurende uitdaging met zich mee om mijn plaats als man te vinden binnen de begeleiding van gezinnen met een andere culturele achtergrond dan ik. Soms stuit ik op barrières die ik kan doorbreken, maar soms lukt dat niet. Bij sommige Afghaanse gezinnen mag ik bijvoorbeeld de vrouw nooit zien en kan ik alleen met de man praten. Dat maakt het uitvoeren van mijn werk lastig en die muur is vaak moeilijk te doorbreken. Tegelijkertijd is er ook een Afghaans gezin waar ik wel welkom ben en zelfs mag blijven eten. Elke dag kom ik in contact met uiteenlopende gezinsdynamieken en groepen, wat mijn werk boeiend maakt, maar soms ook extra uitdagend.”
Mijn boodschap
“Toekomstige mannelijke vroedvrouwen zullen weliswaar hun plaats moeten vinden, maar ze horen helemaal thuis in deze job. Rome is ook niet in één dag gebouwd. Bij negatieve reacties is het belangrijk om in dialoog te gaan en de situatie met respect te kaderen. En om grenzen aan te geven, ook al is dat soms een leerproces. Een vroedkundige staat er niet als man of vrouw, maar als mens die een ander mens wil helpen.”
Referenties
El Bakkali, L. (2024, March 27). Loodgieters versus vroedvrouwen: Sommige jobs worden nog altijd bijna uitsluitend door mannen of vrouwen uitgevoerd. VRT NWS. www.vrt.be/vrtnws/nl/2024/03/27/loodgieter-metselaar-beroep-mannen/


