
In Baanbrekers brengen we portretten van professionals die met hun beroepskeuze buiten de lijntjes kleuren. Een brandweervrouw, een vroedman, een mannelijke kinderbegeleider, een vrouwelijke generaal-majoor: het blijven uitzonderingen, maar waarom eigenlijk? Van jongs af aan worden kinderen geconfronteerd met stereotiepe ideeën over welke beroepen ‘passen’ bij mannen en vrouwen en hoe ze zich moeten gedragen. Deze aangeleerde normen, vaak onbewust overgedragen, liggen aan de basis van latere beroepskeuzes. Het resultaat? Een onevenredige verdeling van genders in bepaalde sectoren en veel onbenut talent. Dit leidt tot een beperkte beeldvorming van wat mannen en vrouwen kunnen bereiken en perkt individuele ambities in. Met deze reeks tonen we hoe het ook anders kan. De verhalen van deze baanbrekers inspireren en zetten aan tot nadenken: wat als we beroepskeuzes niet langer laten bepalen door (gender)normen, maar door wat écht bij iemand past?
Vrouwen bij de brandweer
Uit cijfers van 2022 blijkt dat 2,42 procent van de operationele brandweerlieden vrouw is. Beatrijs is één van hen. Zij was in 2002 de eerste vrouw die het brandweerkorps van Leuven vervoegde. Na meer dan twintig jaar operationeel brandweerwerk, zit ze nu in een eindeloopbaantraject. Wij gingen met deze Baanbreker in gesprek.
Vrouw in een mannenwereld
“Van kinds af aan was ik eigenlijk al gefascineerd door de brandweer en vuur. Ik wilde altijd al een actieve, dynamische job en heb er in eerste instantie voor gekozen om lichamelijke opvoeding te gaan studeren. Daarna heb ik lang in de buitensportsector gewerkt, waar ik zowel sporten begeleidde als sportmateriaal verkocht. Het is daar dat ik in contact ben gekomen met mensen van de brandweer van Leuven. Zij kwamen langs voor een project, en hun verhalen deden me beseffen: het brandweerwerk zou bij mij kunnen passen.”

“Rond die periode wilde ik de commerciële sector verlaten en was ik op zoek naar een job waarbij ik mensen kon helpen en een sociale bijdrage kon leveren. Zo besloot ik de stap naar de brandweer te zetten. Op dat moment was ik me er wel van bewust dat ik bij de brandweer de enige vrouw zou zijn, maar ik stond er niet lang bij stil. In de buitensportsector was ik ook één van de weinige vrouwen die mee gingen raften en klimmen met de mannen. Die ervaring leerde me hoe het is om als vrouw mee te werken in een mannenwereld.”
Apart omkleden
“Om bij de brandweer te werken, moet je een opleiding volgen en een ingangsexamen doen. Je moet zowel het brandweer- als het ambulancierwerk leren. Die start is voor iedereen gelijk, ongeacht je geslacht: je moet een C-rijbewijs hebben, verschillende brevetten behalen… Voor mij was het een goede zaak dat er geen onderscheid gemaakt werd in de proeven. Op die manier ontstond er een soort bescherming, want dan konden mannen niet beweren dat het mij makkelijker werd gemaakt. We startten op dezelfde lijn.”
“In de opleiding heb ik niet het gevoel gehad dat genderstereotypen een rol speelden. Al komt dat misschien ook omdat ik zo enthousiast was om de job uit te oefenen.. Daarnaast was er, toen ik hier aankwam, al een aparte slaapkamer en douche voorzien voor vrouwen. Dat is wettelijk verplicht dus daar heb ik nooit voor moeten pleiten. Zelf heb ik ook nooit problemen gehad met samenwerkingen of trektochten. Vroeger moesten wij 24 uur in de seinkamer zijn en bleven we daar bijgevolg overnachten. Slapen in dezelfde kamer met mannen was geen probleem voor mij, al kleedde ik me wel altijd apart om.”
Conditie en vaardigheden
“Binnen mijn werkomgeving is de genderdiversiteit beperkt. In Leuven werk ik met één andere brandweervrouw en in Haacht zijn er slechts een paar vrouwelijke vrijwilligers. De meeste vrouwen hier werken in administratieve functies. Jammer genoeg heb ik geen pad geëffend voor andere vrouwen, aangezien het zestien à zeventien jaar duurde voor er een nieuwe vrouwelijke collega bij kwam. Die ondervertegenwoordiging verbaast me, zeker omdat er bij de politie wél veel vrouwen werken, terwijl zij vaker met geweldsincidenten te maken krijgen. Het komt volgens mij vooral door het imago van de brandweer, namelijk dat de job technisch en fysiek zou zijn. Hoewel fysieke kracht nodig is, zijn conditie en technische vaardigheden minstens zo belangrijk. Bij bepaalde taken, zoals een interventie met een persluchtmasker, was mijn conditie dankzij mijn sportachtergrond zelfs beter dan die van sommige mannelijke collega’s.”
“Ik vind het brandweerwerk toegankelijk voor vrouwen, mede omdat hulpverlening een belangrijk aspect is. Naar mijn mening moet het beroep dus niet per se aantrekkelijker gemaakt worden voor vrouwen. Mijn komst als vrouw werd binnen het kader van de organisatie ook nooit negatief onthaald. Dat betekent echter niet dat starten in een mannenploeg altijd gemakkelijk is.”
Goede werk-gezin-combinatie
“Een veelvoorkomend misverstand is dat een job bij de brandweer niet te combineren is met een gezinsleven. Naar mijn mening is er een goed systeem: 24 uur werken, gevolgd door twee à drie dagen thuis. Qua organisatie van kinderopvang en huishoudelijke taken bleek dit voor mij goed werkbaar, al hangt dit ook af van de beschikbaarheid van je partner. Toch denk ik dat een verpleegster met wisselende dag- en nachtdiensten meer moeite heeft om de gezinstaken te organiseren.”
“Soms kreeg ik de vraag waarom ik als moeder zo’n gevaarlijke job deed. Waarop ik antwoordde: is dat anders dan wanneer een vader een gevaarlijk beroep uitoefent? Waarom zou de moederrol zwaarder wegen dan de vaderrol? Bovendien was mijn partner vaak laat op de baan voor het werk – iets wat met het huidige verkeer misschien gevaarlijker is dan brandweerwerk. Het brandweerwerk lijkt riskant omdat incidenten altijd de media halen, terwijl arbeidsongevallen in andere sectoren vaak onopgemerkt blijven.”

Overlevingsmodus
“Werken bij de brandweer als vrouw ervaar ik als positief. Toch heb ik ook een moeilijke periode doorgemaakt. Op een bepaald moment maakten collega’s avances en verwachtten ze zaken buiten het werk van mij. Daar ben ik niet op ingegaan. Dat werd me jammer genoeg kwalijk genomen en tegen mij gebruikt. Deze situatie heeft een zware stempel gedrukt op mijn carrière, want lange tijd werkte ik in overlevingsmodus en ging al mijn energie naar het overeind blijven in deze moeilijke omstandigheden. Daardoor bleef er te weinig over om te groeien in bijvoorbeeld mijn technische vaardigheden.”
“Wat ik vooral zwaar vond, was het gebrek aan begrip van collega’s en leidinggevenden. Plus: je weet zelf ook niet meteen wat er gebeurt. Openlijke conflicten zijn makkelijker te herkennen en aan te kaarten dan pogingen tot subtiele manipulatie. Zoiets kan natuurlijk gebeuren bij zowel vrouwen onderling als bij mannen onderling, maar het gebeurt meer tussen de verschillende geslachten en hebben dan complexere gevolgen. Voor mij had het in elk geval makkelijker kunnen zijn als ik meer begrip had gekregen.”
“Als vrouw word je soms gezien als een ‘prooi’ en wanneer ze je niet kunnen pakken, kan dat leiden tot negatieve reacties. Je zit natuurlijk ook in een omgeving waar er een grotere kans is dat mannen bepaalde grenzen opzoeken. Werken in een fysiek beroep creëert een andere dynamiek dan naast elkaar kantoorwerk doen. Ook mannen kunnen natuurlijk problemen ervaren of niet overeenkomen met collega’s of leidinggevenden. Gelukkig heb ik de indruk dat de situatie evolueert en dat mensen zich hier steeds bewuster van worden.”
Onder een vergrootglas
“Algemeen krijg ik niet veel stereotiepe opmerkingen over mijn beroep, maar het gebeurt wel. Ik reageer meestal op een manier waardoor ze snel doorhebben dat het geen impact op me heeft. Het scheelt ook wel dat ik hier in mijn dertigerjaren terecht ben gekomen, en niet als jonge twintiger. Ik was het gewoon om onder mannen te werken. Bij de brandweer moet je bepaalde gesprekken kunnen verdragen; dat hoort er nu eenmaal bij.”
“Op interventie merk ik ook wel dat er als vrouw altijd naar je gekeken wordt, vaak met een mix van ‘oei’ en ‘amai, er is ook een vrouw bij’. Je staat als vrouw meer onder een vergrootglas. Ik herinner me een interventie op Marktrock. Daar was een groepje flyers aan het uitdelen om reclame te maken voor een lesbiennefuif. Wanneer ze mij zagen, riepen ze: ‘Die gaat zeker willen komen!’ Mij deed het weinig, omdat ik zeker ben van mijn geaardheid. Maar als je daarover twijfelt, kan zo’n opmerking wel binnenkomen.”
Andersom merk je ook dat je als vrouw een unieke bijdrage levert. Zo doe je op een interventie andere zaken dan mannen. Bijvoorbeeld tijdens een ziekenwagenrit met een persoon met psychische problemen: daar ga je als vrouw vaak anders mee om dan een man. Toch zijn er ook grote verschillen tussen mannen: de één focust op techniek, de ander op het sociale aspect. Dat hangt vooral af van iemands karakter. Volgens mij zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen net zo groot als die tussen individuen onderling.”
Meer moeite om vrouwen te betrekken
“Vroeger moest ik mijn plaats als vrouw echt veroveren. Er waren bijvoorbeeld mannen die schrokken omdat ik wist waar de koelvloeistof van een auto zich bevond of omdat ik vertelde dat ik een gereedschapskist had thuis.”
“Tegenwoordig geloven jonge brandweermannen ook dat een vrouw net zo technisch aangelegd kan zijn als een man. Ik merk ook dat er bij de communicatie tegenwoordig altijd vrouwen worden vertegenwoordigd in de slogans en afbeeldingen. Bij het ingangsexamen krijg je als vrouw geen voorkeursbehandeling, maar algemeen merk je wel dat er moeite wordt gedaan om vrouwen meer te betrekken.”
Mijn boodschap
“Ik vind niet dat er extra maatregelen nodig zijn om drempels voor vrouwen te verlagen. Wel moeten de mensen die er al werken begrijpen dat ook vrouwen zich geroepen kunnen voelen tot brandweerwerk, ook al benaderen zij het werk soms op een andere manier. Dat is vergelijkbaar met een collega die een ander geloof heeft; ook daarvoor moet begrip zijn. Aan toekomstige brandweervrouwen zou ik zeggen: volg je gevoel en ga ervoor. Brandweerwerk als vrouw is een mooie job, maar onderschat de technische kant niet. Weet wat je wilt, bepaal je rol in de job en ga er vol voor.”
Referentielijst
Civiele Veiligheid. (2023). Infographie statistieken personeel SI 05-2023 (NL) [PDF-bestand].www.securitecivile.be/sites/default/files/explorer/infographie_stat_personnel_si_05-2023_nl.pdf
Dirix, A. (2023, 19 januari). Amper 1 procent vrouwen bij Brusselse brandweer: “Job is nochtans ook perfect geschikt voor vrouwen”. VRT NWS. Geraadpleegd op 14 maart 2025, van www.vrt.be/vrtnws/nl/2023/01/19/amper-1-procent-vrouwen-in-brussels-brandweerkorps/Brussel Cultuurtips+3


