
De kans is groot dat uw mailbox op 8 maart werd overspoeld met afwezigheidsberichten, uw bus niet reed of de buitenschoolse opvang van uw kind sloot. Sinds kort is internationale vrouwendag een officiële stakingsdag, jawel. Door het werk neer te leggen willen vrouwen het onzichtbare zichtbaar maken: als zij stoppen, ligt de boel plat. Net als de arbeidsters van wapenfabrikant Herstal die in 1966 beslisten dat ze voor hun vuile en gevaarlijke werk evenveel betaald wilden worden als de mannen. De femmes-machines legden door hun wilde staking de productie lam, en dwongen zo een loonsverhoging af.
Er is veel veranderd ondertussen, en gelukkig maar. We hebben een loonkloofwet en binnenkort een wet op loontransparantie. Gisteren kregen we zelfs het heuglijke nieuws dat de loonkloof bijna gedicht is. Statbel communiceerde dat vrouwen in 2022 gemiddeld 5% minder per uur verdienden dan hun mannelijke collega’s. Waar malen die vrouwen vandaag dan eigenlijk om? Wel.
Equal pay is nog géén feit. Bijna zestig jaar na de staking van Herstal valt Equal Pay Day dit jaar pas op 17 maart. Vrouwen moeten dus nog steeds 79 dagen langer werken om het jaarloon te verdienen waar mannen het vorige jaar mee afsloten. Als je het volledige plaatje bekijkt, bedraagt de loonkloof v/m immers 21% en geen 5%. Een woordje uitleg:
Uiteraard zijn de Statbel-cijfers correct. En de evolutie is weliswaar traag maar ontegensprekelijk positief: bij de -25-jarigen verdienen vrouwen zelfs méér dan mannen. Maar deze cijfers vertellen maar een stukje van het verhaal: Statbel kijkt enkel naar de bruto-uurlonen, waardoor het effect van deeltijds werk voor een groot deel verdwijnt. In België werkt bijna de helft van de vrouwen (41%) deeltijds, tegenover slechts 12% van de mannen. Daarnaast houden de cijfers van StatBel geen rekening met privébedrijven met minder dan 10 werknemers en werknemers uit de overheidssector, gezondheidszorg, het onderwijs of het socio-cultureel werk. Juist in deze sectoren zijn vrouwen oververtegenwoordigd. Zeker in de zorg zijn de lonen bovendien laag en deeltijdse contracten de norm (denk maar aan de kinderopvang). Deze sectoren niet meetellen, vervormt de realiteit dus grondig.
Naar aanleiding van de Statbel-cijfers schreef De Standaard prompt dat België met een loonkloof van 5% behoort tot de meest gendergelijke landen van Europa. Dat het in de enkele landen die ‘beter’ doen op vlak van loongelijkheid vooral voor hoogopgeleide vrouwen mogelijk is om te werken omdat ze de zorgtaken kunnen uitbesteden aan andere vrouwen, wordt even buiten beschouwing gelaten. Een kleine loonkloof staat dus allerminst gelijk met een eerlijke en gelijkwaardige arbeidsparticipatie van vrouwen, laat staan met equal pay.
ZIJkant hanteert voor haar Equal Pay Day de statistieken van het Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, dat de cijfers van Statbel combineert met die van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) waardoor de lonen uit de openbare diensten, het onderwijs, de gezondheidssector en de socio-culturele sector wél mee opgenomen worden. Bovendien wordt deze loonkloof berekend op jaarbasis, en komt zo ook het effect van deeltijds werk tot uiting.
Equal Pay Day op 17 maart, dat wil zeggen dat vrouwen in 2024 nog steeds ploeteren in slechter betaalde jobs en sectoren, dat ze het leeuwendeel van de zorgtaken thuis op zich nemen en dat ze nog steeds botsen tegen glazen plafonds of de muren van het old boys’ network. Vrouwenwerk is met andere woorden nog steeds ondergewaardeerd en onderbetaald. Tijd voor de hedendaagse femmes-machines om de boel even plat te leggen.
Julie Van Garsse, directeur ZIJkant
Meron Knikman, voorzitter Vrouwenraad

